Omliggende structuren
Een ooglid is een huidplooi die de ogen beschermt tegen vuil en vocht. Elk oog heeft een bovenste ooglid (Palpebra superior) en een onderste ooglid (Palpebra inferior). Sommige dieren hebben een derde ooglid (Palpebra tertia). Dit heeft overigens niets te maken met het derde oog dat sommige dieren hebben. Dit derde ooglid is bij mensen rudimentair. Bij veel gewervelde dieren zoals haaien, krokodillen en vogels is dit derde ooglid transparant en kan als een soort beschermbril voor de ogen geslagen worden. Dit is bijvoorbeeld handig als gezwommen of gegraven wordt. Bij alle slangen en veel gekko’s zijn de oogleden zelfs vergroeid met de ogen en zijn onbeweeglijk.
Aan de rand van het bovenste en onderste ooglid bevinden zich haren die wimpers worden genoemd. De functie van de zeer tastgevoelige wimpers is het voorkomen dat deeltjes in het oog komen door snel het oog te sluiten bij aanraking.
Oogspieren

De oogspieren bij de mens
1 = Anulus tendineus communis
2 = M. rectus superior
3 = M. rectus inferior
4 = M. rectus medialis
5 = M. rectus lateralis
6 = M. obliquus superior
7 = Trochlea
8 = M. obliquus inferior
9 = M. levator palpebrae superioris
10 = Bovenste ooglid
11 = Oogbol
12 = N. opticus
De oogspieren zorgen o.m. voor de beweeglijkheid van de oogbol.
Traanklieren
De traanklier (Latijn: glandula lacrimalis) is een buiten de oogbol gelegen klier in het voorste zijdelingse gedeelte van de oogkas. Via 10-12 kleine traankanaaltjes wordt traanvloeistof afgescheiden onder het bovenste ooglid. De kliersecretie staat onder invloed van het zenuwstelsel en wordt reflexmatig in gang gezet door prikkeling van het bindvlies en het hoornvlies. Verschillende prikkels kunnen de traansecretie stimuleren: droogheid van bindvlies of hoornvlies, mechanische prikkels (zandkorrels, vliegje in het oog), chemische prikkels (uien, traangas), allergische prikkels (hooikoorts) of psychische prikkels (huilen).